Een blauwdruk voor België
20/04/2009
Na 2 jaar communautair gekakel en stoer opbieden tegen elkaar staan we nergens. Er is geen oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde in zicht, er komt geen betere financiële verdeelsleutel en autonomie voor de gewesten, er wordt niet verder onderhandeld over een nieuwe invulling van onze federale staat.
Nochtans is dat nodig.
Het is van uiterst groot belang dat we weten welke richting we met dit land willen uitgaan.
We willen meer Europa. Meer samenwerking tussen landen om wereldwijde problemen samen aan te pakken.
We willen ook meer contact met de burger. Meer maatwerk kunnen bieden voor elke burger om mensen bij te staan waar nodig en iedereen gelijke kansen en een kwaliteitsvol leven te kunnen gunnen.
Die 2 streefdoelen maken dat we dringend moeten nadenken hoe we ons federaal land verder gaan invullen. De ene bekommernis trekt bevoegdheden weg richting de Europese Unie. De andere vraagt een omgekeerde beweging richting gewesten, gemeenschappen en gemeenten.
In een wereld die constant evolueert, verandert ook steeds de visie van de maatschappij hoe de overheid het best georganiseerd moet worden.
Daarom hebben we nood aan een 10-jaarlijk intergouvernementeel Conferentie die de grote lijnen uitbakent voor het komende decennium.
Deze conferentie moet bestaan uit politici (een delegatie uit elk federaal, gewest-, gemeenschap en Europees parlement,) het middenveld (vakbonden, boerenbond, werkgeversorganisaties, Natuurpunt, NGO’s, Gezinsbond, jeugdwerkorganisaties, holebiorganisaties,…) en burgers.
In die conferentie moet men de lijnen uittekenen van de ideale vorm van de staat. Men moet ook duidelijk weergeven waar we met ons land heen willen. Hoe bereiden we de toekomst voor? Hoe pakken we de grote uitdagingen aan die op ons af komen, zoals de vergrijzing, de klimaatcrisis, de groeiende armoede,…?
In die 10 jaar hoeven politici zich dan niet meer bezig te houden met communautaire discussies en kunnen ze volop beleid maken.



