Armoedebeleid: doorbreek de hypocrisie
27/11/2010
Wij, raadsleden van Groen!, trekken aan de alarmbel. Omdat de armoede nog nooit zo sterk is toegenomen als de voorbije twee jaar. Omdat we dagelijks ervaren hoe we als lokale OCMW’s op grenzen stuiten. Omdat we lokaal onmogelijk de gevolgen van een te zwak federaal en Vlaams armoedebeleid kunnen opvangen, laat staan rechttrekken.
Officieel is 2010 het Europees jaar ter bestrijding van de armoede. Samen met het Belgisch voorzitterschap van de EU leidt dat tot een zelden geziene opvolging van armoedeconferenties. Met de campagne ‘Samen tegen armoede. Ook Ik’ worden symbolisch middelen vrijgemaakt voor sensibiliserende acties. Maar daarmee kunnen we bezwaarlijk van een écht beleid spreken om de groeiende armoede aan te pakken. Armoede bestrijden is meer dan armoede beheren. Terwijl onze regeringen doen alsof ze iets doen, groeit in de echte wereld de armoede dag na dag.
Durven we als een van de rijkste landen in de spiegel kijken? Niet enkele, maar alle armoede-indicatoren staan op rood. Ruim 15% van de Belgische bevolking leeft in armoede. Dit jaar overschrijden we de kaap van de 100.000 mensen met leefloon en/of activeringstraject bij een OCMW voor het eerst: een verdubbeling tegenover 1990, en een kwart meer mensen dan in 2003.
Meer mensen dan ooit moeten aanschuiven voor een voedselpakket. In 2003 is de grens van 100.000 mensen overschreden, in 2009 ging het al om 114.900 mensen. Steeds meer kinderen worden in armoede geboren. In 2003 ging het volgens Kind en Gezin nog om 3.388 kinderen, in 2009 reeds om 5.424 kinderen, of al meer dan 8% van alle geboortes. En vorige week raakte nog bekend dat maar liefst een kwart van de Vlamingen met een handicap in armoede leeft.
Het aantal Belgen dat zijn kredieten niet op tijd kon terugbetalen, steeg in september 2010 tot 362.951, een nieuw record. En de groeiende energie-armoede zien we week na week op de Lokale Adviescommissies van onze OCMW’s. De bankencrisis van 2008 versnelde de groei van armoede, maar niet de beleidsaandacht.
De toenemende dualisering en verarming is echter al langer bezig. Bovendien verandert het profiel van mensen in armoede: in de steden als Brussel en Antwerpen dreigt een nieuwe etnische onderklasse te ontstaan met onaanvaardbaar hoge armoedecijfers. De federale asiel- en opvangcrisis en aanslepende regularisatie zorgen voor bijkomende druk, vooral in de grote steden.
OCMW’s proberen lokaal de gevolgen van die dualisering op te vangen maar kunnen die stroom onmogelijk keren. Daarvoor is een sterker beleid nodig, zowel Vlaams als federaal. Waardig werk is de beste remedie tegen armoede. Maar wie om welke reden dan ook (nog) geen werk heeft, moet kunnen rekenen op een behoorlijk inkomen. Het leefloon is vandaag te hoog om te sterven, maar te laag om menswaardig te leven. Dat weten mensen in armoede en onze maatschappelijk werkers maar al te goed. Het leefloon van 740 euro per maand ligt zelfs lager dan de Europese armoederisicodrempel van 899 euro. Recent onderzoek rond budgetstandaarden leert dat wat mensen minimaal nodig hebben om menswaardig te leven, voor de meeste gezinstypes zelfs hoger ligt dan die Europese armoedegrens. Toch houden we, ook als EU-voorzitter in het Europees jaar ter bestrijding van armoede, het Belgische leefloon nog steeds onder die armoedegrens. Kan een volgende regering die schande eindelijk wegwerken en alle minimumuitkeringen optrekken tot aan die armoedegrens? Groen! dient hiervoor alvast haar wetsvoorstel opnieuw in. Volgens het Rekenhof bedraagt de totale kostprijs 1,25 miljard. Dat is een fractie van wat voor de bankcrisis is uitgetrokken of wat we aan inkomsten missen door fiscale fraude.
Bovendien komt de federale overheid maar voor 50 à 65 procent tussen in het leefloon. Armere gemeenten en steden worden zo financieel gewurgd. Om alle OCMW’s toe te laten een inclusief armoedebeleid te voeren, moet de federale tussenkomst verhogen. Ook daartoe dient Groen! een wetsvoorstel in.
Verder moet de federale regering eindelijk een einde maken aan de asielcrisis en het capaciteitstekort bij Fedasil dat zij nu afwentelen op de steden. Dit federale non-beleid produceert en bestendigt nu armoede, in plaats van ze te bestrijden.
Ook Vlaanderen mag inzake armoedebestrijding eindelijk écht in actie komen, niet met plannen maar met budgetten en concrete maatregelen. Om de stijgende prijzen op de huurmarkt aan te pakken, is er nood aan een socialer woonbeleid met extra initiatieven in de sociale huisvesting en bij sociale verhuurkantoren. Vlaanderen pleit voor een aanpak van kinderarmoede, maar ondertussen groeit de ongekwalificeerde uitstroom in het onderwijs, zeker in de steden. De wachtlijsten in de jeugdhulpverlening, de geestelijke gezondheidszorg en de drughulpverlening zijn onaanvaardbaar net zoals die in de schuldhulpverlening. En noodkredieten voor aardgasbudgetmeters zijn een goede noodoplossing, maar OCMW’s hebben meer middelen nodig om energie-armoede structureel aan te pakken.
Europese jaren tegen armoede en ‘Ook ik’-campagnes zijn misschien sympathiek maar tegelijk ook hypocriet als de armoede ondertussen zichtbaar stijgt en het beleid daarop amper reageert. Als er nood is aan responsabilisering, dan zeker voor de bestrijding van armoede op alle beleidsniveaus. Laat de werelddag van verzet tegen extreme armoede op 17 oktober meer dan ooit een wake-up-call zijn.
Wouter De Vriendt (kamerlid Groen!), Dirk Geldof (OCMW-raadslid Antwerpen)
Mee ondertekend door:
Chris Vermeulen, OCMW-Voorzitter Zwijndrecht
Ferry Van Dyck, OCMW-fractieleider Zwijndrecht
Guy Deklerck, OCMW-raadslid Jabbeke
Marleen Bovijn, OCMW-raadslid Meise
Bert Vanoost, OCMW-raadslid en lid vast bureau Tervuren.
Francine De Prins, OCMW-raadslid te Vilvoorde
Emery Frijters, OCMW-raadslid Zoersel
Noël Cromphout, OCMW-raadslid Lede, Welzijnsschakels Lede
Bart Hermans, OCMW-raadslid Oud-Turnhout
Luc L.I. Apers, OCMW-raadslid Boom
Jan Mattheeussen, OCMW-raadslid Mortsel
Peter Van Wonterghem, OCMW-raadslid te Knesselare
Wouter Decoodt, OCMW-raadslid Oudenaarde
Louis Debruyne, OCMW-raadslid Leuven
Jaklien Tant, OCMW-raadslid Beernem
Ferry Van Dyck, OCMW-fractieleider Zwijndrecht
Maarten Motté, OCMW-raadslid Beersel
Heidi Schuddinck, OCMW-raadslid Zottegem
Els Geeraert, OCMW-raadslid Heuvelland
Jo Cuyvers, OCMW-raadslid Zwalm
Mia Brumagne, OCMW-raadslid Kortenberg
Stefaan Standaert, OCMW-raadslid Maldegem
Liliane Verbeke, OCMW-raadslid Sint-Niklaas
Dirk Holemans, OCMW-raadslid Gent
Elke Decruynaere, Fractievoorzitter Groen! gemeenteraad Gent
Sis Luyckx, OCMW-raadslid Alken
Maarten Vergauwen, OCMW-raadslid Edegem
Luc Robijns, OCMW-raadslid Huldenberg
Lieven Ral, OCMW-raadslid Kortenberg
Annemie Vervoort, OCMW-raadslid Nijlen
Danny Grillet, OCMW-raadslid Boechout
Leen Callens, OCMW raadslid groen! Ranst
Dirk Grauwels en Arnout Van Reusel, OCMW-raadsleden Hasselt
Greet Claessens
Dimitri Van Pelt
Leen Callens, OCMW raadslid Groen! Ranst
(Alle mede-ondertekenaars zijn Groen!-raadsleden)
Jong geweld in de OCMW-raad
25/05/2009
Ik werd door Jong Groen! geinterviewd over de ocmw-raad. U kunt het interview lezen in ‘Peper’ het tijdschrift van Jong Groen! Het interview werd afgenomen door Sara Geets.
In de Beerselse gemeenteraad zit Groen! mee aan de bestuurstafel en in de OCMWraad waakt de jonge Maarten Motté over de groene lijn. Partijpolitiek speelt er nauwelijks. Groen! stippelt er de ecologische lijnen uit en kartelpartner sp.a volgt. Bijna alle beslissingen worden
unaniem genomen met het algemeen belang voor ogen. “Een voorbeeld voor al onze parlementen, misschien?” Peper legde zijn oor te luisteren bij Maarten.
Beersel is een gemeente in de rand rond Brussel: voel je bij de OCMW-raad iets van de verzuurde BHV-stemming?
Sinds kort heeft de gemeenteraad beslist dat onze gemeente de verkiezingen zal boycotten. Op aandringen van Groen! komen er richtlijnen zodat Beersel een campagne-arme gemeente wordt. Zo zullen er geen officiële verkiezingsborden worden geplaatst en zal er bij elke partij worden aangedrongen de campagne uitsluitend in het Nederlands te voeren.
In de OCMW-raad speelt die communautaire sfeer echter geen rol. Ik zit wel naast Ben Weyts, een N-VA’er die nu als opvolger van Herman Van Rompuy in de Kamer zit, maar hij leeft perfect samen met de mensen aan de overkant van de tafel, namelijk de 2 vertegenwoordigers van de Union Francophone. Die twee hoor je echter zelden in de OCMW-raad.
Hoe heb je je allereerste OCMW-raadvergadering ervaren?
Ik was wel nogal zenuwachtig uiteraard. Maar gelukkig kende ik al wat volk uit de OCMW-raad. Mijn eedaflegging verliep zonder stotteren. En dat was gelukkig het enige wat ik moest doen in die eerste raad naast wat handtekeningen zetten, wat geheime naamstemmingen houden en op het juiste moment mijn hand in de lucht steken om te stemmen. Ik had het in het begin zeker wat moeilijk in de OCMW-raad.
Ik werd om de oren geslagen met dingen die ik niet kende. Ik heb dat eerste jaar enorm veel bijgeleerd en steeds met volle aandacht alles opgevolgd, zodat ik snel ingewerkt was.
Maar ik ben wel wat teleurgesteld in de OCMW-raad. Dat echt politieke mis ik wel wat. Vaak wordt zo’n OCMW-raad snel afgehandeld zonder discussie. Alle belangrijke projecten passeren via het schepencollege.
Vanaf januari 2010 zal Groen! een schepen hebben in Beersel, ik reken daar op om dan via en samen met haar groene accenten te leggen in het ocmw-beleid. Zo zou ik graag werken rond een socialere correctie aan onze gemeentelijke isolatiesubsidies. Ook moeten de mensen die een leefloon krijgen meer kostenbesparende tips krijgen, vooral wat energieverbruik en isolatie betreft.
Op welke dossiers heb jij je gesmeten?
Ik volg vooral de activatie-dossiers op, zoals de sociale tewerkstellinginitiatieven waar de gemeente nu volop voor kiest: een
strijkwinkel, een klusjesdienst… Ook de arbeidsbemiddeling volg ik graag op. Ik zal dat dossier wel beter kunnen opvolgen wanneer ik vanaf volgend jaar in het Sociaal Comité zit. In dat comité worden de sociale dossiers besproken en wordt bekeken wie we op welke manier hulp kunnen bieden, bijvoorbeeld door een leefloon te geven.
Een ander interessant thema is de opvang van kinderen. Tegenwoordig
zijn onthaalouders nog moeilijk te vinden. Nochtans is zulke goedkope kinderopvang erg belangrijk. Door de wachtlijsten die er nu bestaan, moeten verschillende mensen naar de duurdere privé-georganiseerde kinderopvang.
Welke interessante projecten lopen er of zijn er gestart?
We hebben een prachtig Lokaal Sociaal Beleidsplan geschreven in samenspraak met alle sociale partners en organisaties in de gemeente. Onder impuls van dit beleidsplan voerden we dringende werken uit aan ons rusthuis. Het regende er namelijk binnen. Met steun van een culturele vereniging uit Beersel en het Koning Boudewijn-fonds hebben we er ook een tuin kunnen aanleggen. En binnenkort wordt er werk gemaakt van een uitbreiding van het aantal kamers. We hebben immers een wachtlijst van een jaar.
Om nieuwe onthaalouders te kunnen aantrekken, startten we een vernieuwend project waarin we het beroep aantrekkelijk trachten te maken door het te onttrekken uit de woning van de onthaalouder en vanuit de gemeente een locatie aan te bieden waar twee onthaalouders kunnen samenwerken.
Sara Geets
Voor het tijdschrift Schamper, het studentenblad van de Universiteit Gent, werd ik net als alle andere studenten die kandidaat zijn voor de verkiezingen, geinterviewd. Hier leest u integraal mijn interview. U kan ook doorklikken naar de site van schamper.
Maarten Motté is 22 jaar en zit in zijn master Politieke wetenschappen aan de UGent. Daarnaast is hij OCMW-raadslid voor Groen en actief in het jeugdwerk.
Ten geleide en zeer ondankbaar: waarom moet een lezer van Schamper, laat ons aannemen een UGent-student, op u stemmen?
We staan voor belangrijke verkiezingen. De komende Vlaamse Regering zal dringende keuzes moeten maken. We moeten een oplossing zien te vinden voor 3 crisissen die tegelijkertijd op ons af komen of volop woeden. Een economische crisis, die zich manifesteert in het stilvallen van onze economie; een sociale crisis, met groeiende sociale ongelijkheid en groeiende werkloosheid; en een klimaatcrisis, we moeten nu een andere koers bewandelen om er later niet de gevolgen van te moeten dragen.En dan kan je twee dingen doen. Of je blijft gewoon voort doen zoals je bezig bent. Bijvoorbeeld door te investeren in de transportsector, die weinig jobs creeeren voor Vlamingen, maar ons wel de overlast geven. Je gaat om hen te plezieren nieuwe grote megalomane betonprojecten bovenhalen, zoals de verbreding van de Ring.
Maar je kan ook kiezen om die drie crisissen in een keer aan te pakken door in vernieuwende en duurzame sectoren te investeren. Investeer in milieuvriendelijkere auto’s, isolatie van woningen, groene energie,… Dat zijn sectoren die kunnen groeien en die jobs creëren. En we kunnen zo de opwarming van de aarde te lijf gaan.
Wat zijn uw persoonlijke actiepunten voor de verkiezingen?
Als OCMW-raadslid zet ik sterk in op armoedebeleid. In ons “rijke” Vlaanderen waar 1 op 10 beneden de armoedegrens leeft en de werkloosheid terug oploopt tot 10% moeten we echt kiezen voor een solidaire samenleving en een sterker armoedebeleid. Met hogere en welvaartsvaste uitkeringen kunnen we mensen echt helpen. Er moet meer geïnvesteerd worden in duurzame jobs en in de sociale economie. Door de mensen die het eerst nodig hebben te helpen bij de isolatie van hun woning, kunnen we hun energiefactuur drastisch naar beneden drukken.
Wat is volgens u in het algemeen de inzet voor de verkiezingen?
Deze uitzonderlijke periode maakt dat zowieso het oplossen van de crisis de uitdaging worden van de volgende regering. Dat moet dan ook de inzet van de verkiezingen worden. Met Groen! hebben we hier een duidelijk plan voor. We kiezen voor een Green New Deal. Een plan dat werd opgesteld met alle Europese Groene Partijen. Want uiteraard stopt de crisis niet aan de landsgrenzen. Ook Barrack Obama ziet het nu in van groen relanceplan. Ook Vn-secretaris Generaal Ban Kimoon pleit voor een Green New Deal.
Maar de verkiezingen gaan ook meer dan ooit over de geloofwaardigheid van de politiek. CD&V krijgt de leuze “Wie gelooft die mensen nog?” als een slag in het gezicht. In plaats van goed bestuur kregen we immers geen bestuur. Lijst Dedecker verzuurt de samenleving door andere partijen te verwijten dat ze ongeloofwaardig zijn, maar net diezelfde dingen doen zich voor in zijn eigen partij.
Gelooft u in de politiek als instrument om maatschappelijke omwentelingen teweeg te brengen?
Politiek is een medium om de wereld vorm te geven. Willen we een betere wereld, waarin iedereen gelijke kansen krijgt, waarin we de respect hebben voor elkaar en het milieu, waarin er geen oorlog meer is. Dat is idealistisch, ik weet het. Maar ik vind dat nodig als jonge politicus. Ik weet waarom ik in de politiek ga. Ik wil me dan ook engageren om die wereld toch net iets beter door te geven aan mijn kinderen later.
Waarom zou u naar het Vlaams Parlement trekken, gezien de harde kritiek die vaak weerklinkt over het VP, dat het totaal immobiel is, dat er een wijdverbreid absenteïsme is, dat er alleen serieus gedebateerd wordt over de te beperkte bevoegdheden, dat parlementsleden er zelf amper iets in de pap te brokken hebben?
Uit de parlementsrapporten van De Standaard en De Morgen blijkt Groen! de beste parlementsleden te hebben. Wij hebben geen grote namen, wij hebben geen tafelspringers, en we kunnen onze inhoud misschien niet zo goed verkopen als de rest. Maar we hebben onze ijzersterke doelstellingen, waar we 100% voor gaan omdat we er in geloven dat dat nodig is. En zo kunnen wij toch wegen op het debat zowel hier in Vlaanderen als in Europa. Naar Bart Staes (Groen! EP-lid) bijvoorbeeld wordt echt geluisterd in het Europees Parlement.
De socialisten, nu zeker?
02/05/2009
Zo zeker ben ik daar niet van.
Sinds het ontstaan van de Vlaamse regering zijn de Vlaamse socialisten onafgebroken aan de macht in Vlaanderen. In 1995 riep men luid: “SP is nodig!” In 2009 heeft men “nu zeker” nood aan de SP.A. En toch beweert de SP.A dat ze nodig zijn om een sociaal en progressief beleid te voeren.
Ik ben teleurgesteld in de SP.A. Maakt de SP.A deel uit van een rechtse regering dan kan zij echt het verschil niet maken. In de paarse regering Verhofstadt II zorgde zij mee voor de fiscale amnestie, die fiscale fraudeurs beloonden in plaats van de gewone man die trouw zijn belastingen betaalden. Ze stemden mee met de notionele intrestaftrek dat een cadeautje is aan bedrijven, dat de belastingbetaler 2,4 miljard Euro kost. Omdat er aan deze financiële aftrek voor bedrijven geen voorwaarden werden gesteld kwamen er ook geen nieuwe jobs bij of investeringen in innovatie. Dit werd dus puur een cadeautje aan de aandeelhouders.
De SP.A stemden in de Vlaamse regering ook mee voor de jobkorting die de Vlaming opdeelt in werkende Vlamingen die beloond moeten worden en profiterende Vlamingen die dringend aan het werk moeten. Vergeet de Vlaamse Regering daarmee toch ook wel onze gepensioneerden die niet rondkomen met hun pensioen, langdurig zieken, mensen die hun job verloren door de financiële crisis, huisvrouwen, gehandicapten en Brusselse Vlamingen.
In ons rijke Vlaanderen waar 1 op 10 beneden de armoedegrens leeft en de werkloosheid terug oploopt tot 10% moeten we echt kiezen voor een solidaire samenleving en een sterker armoedebeleid. Met hogere en welvaartsvaste uitkeringen kunnen we mensen echt helpen. Er moet meer geïnvesteerd worden in duurzame jobs en in de sociale economie. Door de mensen die het eerst nodig hebben te helpen bij de isolatie van hun woning, kunnen we hun energiefactuur drastisch naar beneden drukken.
Met een fors investeringsplan in een nieuwe groene economie kunnen we massaal nieuwe jobs creëren. We doen dit echter op een duurzame verstandige manier, met projecten die onze economie vergroenen en onze energiekosten doen dalen, zoals investeren in het beter isoleren van woningen en gebouwen.
Maar we moeten ook kiezen voor kwaliteitsvolle jobs. Jobs die het mensen mogelijk maken gezin en arbeid te combineren. Zo kiezen we pas echt voor de kwaliteit van het leven.
Wil de SP.A onze partner zijn om deze groene en sociale economie te organiseren?
Lokaal
25/03/2009
In het gronden- en pandendecreet wordt opnieuw een beslissing genomen boven de hoofden van de gemeenten heen. Een decreet dat nochtans grotendeels door hen moet worden uitgevoerd. Nochtans, een goed decreet, daar niet van. Door deze maatregel wordt er immers terug volop geïnvesteerd in sociale woningen. Bovendien wil men in verschillende gemeenten de huizennood aanpakken door voorrang te geven aan mensen met een band met die bepaalde gemeente. Zo zou dit decreet voorrang geven aan mensen die er al woonden of werken.
Maar het gaat over de manier waarop.
De Vlaamse Regering beschouwt de lokale besturen als haar uitvoerend orgaan. Gemeenten moeten met steeds minder middelen steeds meer verwezenlijken. Hoewel ze meer taken krijgen, is hun vrijheid sterk ingeperkt. Door de hoge planlast (jaarlijkse, 3-jaarlijkse en 6-jaarlijkse beleidsplannen voor elk bevoegdheidsdomein), de te lage werkingsmiddelen en de bestuurlijke druk van de Vlaamse regering op de gemeenten is eigen initiatief nemen in dossiers enorm bemoeilijkt.
Lokale besturen zijn nochtans een enorm interessant politiek medium. Als het orgaan dat het dichtste bij de mensen staat, is het mogelijk mensen te betrekken in besluitvorming en maatwerk te bieden voor wijken en individuele burgers.
Vandaar volgende voorstellen om de bestuurlijke vrijheid van de gemeenten te vergroten:
Schaf de provincies af. Deze oude instellingen hebben geen nut meer. We hebben echter wel meer nood aan samenwerking tussen gemeenten. Daarvoor zouden we stad- en streekgewesten kunnen creëren.
Deze stad- en streekgewesten worden samengesteld door de gemeenten en steden zelf. Zij tekenen zelf uit met welke buurgemeenten en -steden ze samenwerken en welke bevoegdheden en middelen ze daar naar overdragen. Deze streekgewesten vormen meteen ook één politie en brandweerzone. Streekgewesten worden gevormd door afvaardigingen van schepenen en gemeenteraadsleden van elke gemeente.
Door deze van onderuit te organiseren versterk je de autonomie van de gemeenten.
De Vlaamse regering zou gerichte bevoegdheden kunnen overdragen naar deze streekgewesten. Geef bijvoorbeeld deze streekgewesten inspraak in de mobiliteit van hun gemeenten. Laat hen meebeslissen over het openbaar vervoer in hun regio en laat hen samen grensoverschrijdende mobiliteitsproblemen oplossen op gewest- en andere wegen.
Ook huisvestingsmaatschappijen zouden geherstructureerd kunnen worden en samenvallen met deze “nieuwe streekgrenzen”. Wanneer OCMW’s over deze gemeentegrenzen ook samenwerken, kan er tussen deze laatste en de huisvestingsmaatschappijen meer wederzijds gewerkt worden.
Zo bestaan er voor verschillende bevoegdheidsdomeinen verschillende speciaal gecreëerde tussenorganen die via deze weg echt geïnstitutionaliseerd en democratisch gecontroleerd kunnen worden.
Schaf zo bijvoorbeeld ook de Intercommunales af. Deze schimmige constructies hebben geen democratische controle en zijn vaak meer bedoeld om zitpenningen op te strijken dan om efficiënt te werken. De taken van deze Intercommunales kunnen worden overgenomen door deze Streekgewesten.
We moeten dan ook gaan voor het vergroten van de financiële middelen van de gemeenten.
De eenmalige schuldenafbouw die vorig jaar door de regering werd voorgesteld, moet vanaf nu jaarlijks herhaald worden. Zo hebben gemeenten minder schuldenlasten en meer werkingsmiddelen om zelf meer initiatieven te ontwikkelen.
Ook moet de grote planlast worden verminderd. Decreten laten uitvoeren door gemeenten kan, maar dan moeten deze betrokken worden in de opstelling ervan en moeten er voldoende financiële middelen volgen. Er moet vaker worden afgewogen of men de regel van de subsidiariteit (een bevoegdheid moet liggen bij het niveau die het best geplaatst is om dat te regelen) niet doorbreekt en of de gemeenten dus niet evengoed of beter in een bepaald dossier een beslissing kunnen nemen.
Gemeenten moeten gestimuleerd worden om te experimenteren met burgerparticipatie en wijkwerking. De scheiding tussen gemeenteraad en schepencollege, door schepenen niet meer stemgerechtigd te laten zetelen in de gemeenteraad en de gemeenteraad door een gemeenteraadslid te laten voorzitten, kan de professionalisering en democratische controle van de gemeenteraad aanscherpen.
Er moet iets veranderen op het niveau van de gemeenten, anders zal dit meest democratische besluitorgaan doodbloeden aan gebrek aan interesse, ambitie en mogelijkheden.


