Armoedebeleid: doorbreek de hypocrisie
27/11/2010
Wij, raadsleden van Groen!, trekken aan de alarmbel. Omdat de armoede nog nooit zo sterk is toegenomen als de voorbije twee jaar. Omdat we dagelijks ervaren hoe we als lokale OCMW’s op grenzen stuiten. Omdat we lokaal onmogelijk de gevolgen van een te zwak federaal en Vlaams armoedebeleid kunnen opvangen, laat staan rechttrekken.
Officieel is 2010 het Europees jaar ter bestrijding van de armoede. Samen met het Belgisch voorzitterschap van de EU leidt dat tot een zelden geziene opvolging van armoedeconferenties. Met de campagne ‘Samen tegen armoede. Ook Ik’ worden symbolisch middelen vrijgemaakt voor sensibiliserende acties. Maar daarmee kunnen we bezwaarlijk van een écht beleid spreken om de groeiende armoede aan te pakken. Armoede bestrijden is meer dan armoede beheren. Terwijl onze regeringen doen alsof ze iets doen, groeit in de echte wereld de armoede dag na dag.
Durven we als een van de rijkste landen in de spiegel kijken? Niet enkele, maar alle armoede-indicatoren staan op rood. Ruim 15% van de Belgische bevolking leeft in armoede. Dit jaar overschrijden we de kaap van de 100.000 mensen met leefloon en/of activeringstraject bij een OCMW voor het eerst: een verdubbeling tegenover 1990, en een kwart meer mensen dan in 2003.
Meer mensen dan ooit moeten aanschuiven voor een voedselpakket. In 2003 is de grens van 100.000 mensen overschreden, in 2009 ging het al om 114.900 mensen. Steeds meer kinderen worden in armoede geboren. In 2003 ging het volgens Kind en Gezin nog om 3.388 kinderen, in 2009 reeds om 5.424 kinderen, of al meer dan 8% van alle geboortes. En vorige week raakte nog bekend dat maar liefst een kwart van de Vlamingen met een handicap in armoede leeft.
Het aantal Belgen dat zijn kredieten niet op tijd kon terugbetalen, steeg in september 2010 tot 362.951, een nieuw record. En de groeiende energie-armoede zien we week na week op de Lokale Adviescommissies van onze OCMW’s. De bankencrisis van 2008 versnelde de groei van armoede, maar niet de beleidsaandacht.
De toenemende dualisering en verarming is echter al langer bezig. Bovendien verandert het profiel van mensen in armoede: in de steden als Brussel en Antwerpen dreigt een nieuwe etnische onderklasse te ontstaan met onaanvaardbaar hoge armoedecijfers. De federale asiel- en opvangcrisis en aanslepende regularisatie zorgen voor bijkomende druk, vooral in de grote steden.
OCMW’s proberen lokaal de gevolgen van die dualisering op te vangen maar kunnen die stroom onmogelijk keren. Daarvoor is een sterker beleid nodig, zowel Vlaams als federaal. Waardig werk is de beste remedie tegen armoede. Maar wie om welke reden dan ook (nog) geen werk heeft, moet kunnen rekenen op een behoorlijk inkomen. Het leefloon is vandaag te hoog om te sterven, maar te laag om menswaardig te leven. Dat weten mensen in armoede en onze maatschappelijk werkers maar al te goed. Het leefloon van 740 euro per maand ligt zelfs lager dan de Europese armoederisicodrempel van 899 euro. Recent onderzoek rond budgetstandaarden leert dat wat mensen minimaal nodig hebben om menswaardig te leven, voor de meeste gezinstypes zelfs hoger ligt dan die Europese armoedegrens. Toch houden we, ook als EU-voorzitter in het Europees jaar ter bestrijding van armoede, het Belgische leefloon nog steeds onder die armoedegrens. Kan een volgende regering die schande eindelijk wegwerken en alle minimumuitkeringen optrekken tot aan die armoedegrens? Groen! dient hiervoor alvast haar wetsvoorstel opnieuw in. Volgens het Rekenhof bedraagt de totale kostprijs 1,25 miljard. Dat is een fractie van wat voor de bankcrisis is uitgetrokken of wat we aan inkomsten missen door fiscale fraude.
Bovendien komt de federale overheid maar voor 50 à 65 procent tussen in het leefloon. Armere gemeenten en steden worden zo financieel gewurgd. Om alle OCMW’s toe te laten een inclusief armoedebeleid te voeren, moet de federale tussenkomst verhogen. Ook daartoe dient Groen! een wetsvoorstel in.
Verder moet de federale regering eindelijk een einde maken aan de asielcrisis en het capaciteitstekort bij Fedasil dat zij nu afwentelen op de steden. Dit federale non-beleid produceert en bestendigt nu armoede, in plaats van ze te bestrijden.
Ook Vlaanderen mag inzake armoedebestrijding eindelijk écht in actie komen, niet met plannen maar met budgetten en concrete maatregelen. Om de stijgende prijzen op de huurmarkt aan te pakken, is er nood aan een socialer woonbeleid met extra initiatieven in de sociale huisvesting en bij sociale verhuurkantoren. Vlaanderen pleit voor een aanpak van kinderarmoede, maar ondertussen groeit de ongekwalificeerde uitstroom in het onderwijs, zeker in de steden. De wachtlijsten in de jeugdhulpverlening, de geestelijke gezondheidszorg en de drughulpverlening zijn onaanvaardbaar net zoals die in de schuldhulpverlening. En noodkredieten voor aardgasbudgetmeters zijn een goede noodoplossing, maar OCMW’s hebben meer middelen nodig om energie-armoede structureel aan te pakken.
Europese jaren tegen armoede en ‘Ook ik’-campagnes zijn misschien sympathiek maar tegelijk ook hypocriet als de armoede ondertussen zichtbaar stijgt en het beleid daarop amper reageert. Als er nood is aan responsabilisering, dan zeker voor de bestrijding van armoede op alle beleidsniveaus. Laat de werelddag van verzet tegen extreme armoede op 17 oktober meer dan ooit een wake-up-call zijn.
Wouter De Vriendt (kamerlid Groen!), Dirk Geldof (OCMW-raadslid Antwerpen)
Mee ondertekend door:
Chris Vermeulen, OCMW-Voorzitter Zwijndrecht
Ferry Van Dyck, OCMW-fractieleider Zwijndrecht
Guy Deklerck, OCMW-raadslid Jabbeke
Marleen Bovijn, OCMW-raadslid Meise
Bert Vanoost, OCMW-raadslid en lid vast bureau Tervuren.
Francine De Prins, OCMW-raadslid te Vilvoorde
Emery Frijters, OCMW-raadslid Zoersel
Noël Cromphout, OCMW-raadslid Lede, Welzijnsschakels Lede
Bart Hermans, OCMW-raadslid Oud-Turnhout
Luc L.I. Apers, OCMW-raadslid Boom
Jan Mattheeussen, OCMW-raadslid Mortsel
Peter Van Wonterghem, OCMW-raadslid te Knesselare
Wouter Decoodt, OCMW-raadslid Oudenaarde
Louis Debruyne, OCMW-raadslid Leuven
Jaklien Tant, OCMW-raadslid Beernem
Ferry Van Dyck, OCMW-fractieleider Zwijndrecht
Maarten Motté, OCMW-raadslid Beersel
Heidi Schuddinck, OCMW-raadslid Zottegem
Els Geeraert, OCMW-raadslid Heuvelland
Jo Cuyvers, OCMW-raadslid Zwalm
Mia Brumagne, OCMW-raadslid Kortenberg
Stefaan Standaert, OCMW-raadslid Maldegem
Liliane Verbeke, OCMW-raadslid Sint-Niklaas
Dirk Holemans, OCMW-raadslid Gent
Elke Decruynaere, Fractievoorzitter Groen! gemeenteraad Gent
Sis Luyckx, OCMW-raadslid Alken
Maarten Vergauwen, OCMW-raadslid Edegem
Luc Robijns, OCMW-raadslid Huldenberg
Lieven Ral, OCMW-raadslid Kortenberg
Annemie Vervoort, OCMW-raadslid Nijlen
Danny Grillet, OCMW-raadslid Boechout
Leen Callens, OCMW raadslid groen! Ranst
Dirk Grauwels en Arnout Van Reusel, OCMW-raadsleden Hasselt
Greet Claessens
Dimitri Van Pelt
Leen Callens, OCMW raadslid Groen! Ranst
(Alle mede-ondertekenaars zijn Groen!-raadsleden)
Een blauwdruk voor België
20/04/2009
Na 2 jaar communautair gekakel en stoer opbieden tegen elkaar staan we nergens. Er is geen oplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde in zicht, er komt geen betere financiële verdeelsleutel en autonomie voor de gewesten, er wordt niet verder onderhandeld over een nieuwe invulling van onze federale staat.
Nochtans is dat nodig.
Het is van uiterst groot belang dat we weten welke richting we met dit land willen uitgaan.
We willen meer Europa. Meer samenwerking tussen landen om wereldwijde problemen samen aan te pakken.
We willen ook meer contact met de burger. Meer maatwerk kunnen bieden voor elke burger om mensen bij te staan waar nodig en iedereen gelijke kansen en een kwaliteitsvol leven te kunnen gunnen.
Die 2 streefdoelen maken dat we dringend moeten nadenken hoe we ons federaal land verder gaan invullen. De ene bekommernis trekt bevoegdheden weg richting de Europese Unie. De andere vraagt een omgekeerde beweging richting gewesten, gemeenschappen en gemeenten.
In een wereld die constant evolueert, verandert ook steeds de visie van de maatschappij hoe de overheid het best georganiseerd moet worden.
Daarom hebben we nood aan een 10-jaarlijk intergouvernementeel Conferentie die de grote lijnen uitbakent voor het komende decennium.
Deze conferentie moet bestaan uit politici (een delegatie uit elk federaal, gewest-, gemeenschap en Europees parlement,) het middenveld (vakbonden, boerenbond, werkgeversorganisaties, Natuurpunt, NGO’s, Gezinsbond, jeugdwerkorganisaties, holebiorganisaties,…) en burgers.
In die conferentie moet men de lijnen uittekenen van de ideale vorm van de staat. Men moet ook duidelijk weergeven waar we met ons land heen willen. Hoe bereiden we de toekomst voor? Hoe pakken we de grote uitdagingen aan die op ons af komen, zoals de vergrijzing, de klimaatcrisis, de groeiende armoede,…?
In die 10 jaar hoeven politici zich dan niet meer bezig te houden met communautaire discussies en kunnen ze volop beleid maken.
To boycot or not to boycot?
02/04/2009
Op de gemeenteraad van Beersel woensdagavond diende N-VA een motie in met de oproep om de Europese verkiezingen van 7 juni dit jaar te boycotten. In tegenstelling tot de Vlaamse verkiezingen diezelfde dag, geldt voor Europa wel de onlogische en tevens niet-grondwettelijke kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde.
Hoewel Groen! achter die eis om een correcte splitsing van de kieskring BHV staat, steunde de Groen!-SP.a fractie in de gemeenteraad deze motie niet.
Een boycot is in onze ogen een puur campagnemiddel voor enkele partijen, die zich hiermee stoer kunnen voordoen. De verkiezingen worden zowieso georganiseerd. Is het niet door de gemeente, dan wel door de provincie.
Maar dit is hypocriet. Hoewel deze partijen oproepen tot een boycot, hopen die partijen in die kieskring wel veel stemmen te halen en voeren ze wel volop campagne.
Ook halen we onze eigen sterkte in het dossier van het niet benoemen van de 3 FDF-burgemeesters in de Vlaamse rand onderuit. Hoe kan je immers een sanctie indienen tegen burgemeesters die kiesbrieven in het Frans versturen, maar geen straf opleggen aan burgemeesters die weigeren kiesbrieven te versturen?
De fractie Groen!-Sp.a onthield zich daarom in de gemeenteraad bij de stemming van de boycot van de verkiezingen, maar diende nadien een extra motie in met symbolische en meer consequente acties. Deze amendementen werden goedgekeurd door de meerderheid (CD&V, N-VA, SP.a en Groen!)
Op onze vraag zullen er zo geen verkiezingspanelen geplaatst worden door de gemeente voor de Europese verkiezingen. Zo zijn we consequent in onze houding.
Verder moet de gemeente aandringen bij de politieke partijen de campagne in Beersel in het Nederlands te voeren.
Lees het Groen!-amendement op www.groenbeersel.be
Lokaal
25/03/2009
In het gronden- en pandendecreet wordt opnieuw een beslissing genomen boven de hoofden van de gemeenten heen. Een decreet dat nochtans grotendeels door hen moet worden uitgevoerd. Nochtans, een goed decreet, daar niet van. Door deze maatregel wordt er immers terug volop geïnvesteerd in sociale woningen. Bovendien wil men in verschillende gemeenten de huizennood aanpakken door voorrang te geven aan mensen met een band met die bepaalde gemeente. Zo zou dit decreet voorrang geven aan mensen die er al woonden of werken.
Maar het gaat over de manier waarop.
De Vlaamse Regering beschouwt de lokale besturen als haar uitvoerend orgaan. Gemeenten moeten met steeds minder middelen steeds meer verwezenlijken. Hoewel ze meer taken krijgen, is hun vrijheid sterk ingeperkt. Door de hoge planlast (jaarlijkse, 3-jaarlijkse en 6-jaarlijkse beleidsplannen voor elk bevoegdheidsdomein), de te lage werkingsmiddelen en de bestuurlijke druk van de Vlaamse regering op de gemeenten is eigen initiatief nemen in dossiers enorm bemoeilijkt.
Lokale besturen zijn nochtans een enorm interessant politiek medium. Als het orgaan dat het dichtste bij de mensen staat, is het mogelijk mensen te betrekken in besluitvorming en maatwerk te bieden voor wijken en individuele burgers.
Vandaar volgende voorstellen om de bestuurlijke vrijheid van de gemeenten te vergroten:
Schaf de provincies af. Deze oude instellingen hebben geen nut meer. We hebben echter wel meer nood aan samenwerking tussen gemeenten. Daarvoor zouden we stad- en streekgewesten kunnen creëren.
Deze stad- en streekgewesten worden samengesteld door de gemeenten en steden zelf. Zij tekenen zelf uit met welke buurgemeenten en -steden ze samenwerken en welke bevoegdheden en middelen ze daar naar overdragen. Deze streekgewesten vormen meteen ook één politie en brandweerzone. Streekgewesten worden gevormd door afvaardigingen van schepenen en gemeenteraadsleden van elke gemeente.
Door deze van onderuit te organiseren versterk je de autonomie van de gemeenten.
De Vlaamse regering zou gerichte bevoegdheden kunnen overdragen naar deze streekgewesten. Geef bijvoorbeeld deze streekgewesten inspraak in de mobiliteit van hun gemeenten. Laat hen meebeslissen over het openbaar vervoer in hun regio en laat hen samen grensoverschrijdende mobiliteitsproblemen oplossen op gewest- en andere wegen.
Ook huisvestingsmaatschappijen zouden geherstructureerd kunnen worden en samenvallen met deze “nieuwe streekgrenzen”. Wanneer OCMW’s over deze gemeentegrenzen ook samenwerken, kan er tussen deze laatste en de huisvestingsmaatschappijen meer wederzijds gewerkt worden.
Zo bestaan er voor verschillende bevoegdheidsdomeinen verschillende speciaal gecreëerde tussenorganen die via deze weg echt geïnstitutionaliseerd en democratisch gecontroleerd kunnen worden.
Schaf zo bijvoorbeeld ook de Intercommunales af. Deze schimmige constructies hebben geen democratische controle en zijn vaak meer bedoeld om zitpenningen op te strijken dan om efficiënt te werken. De taken van deze Intercommunales kunnen worden overgenomen door deze Streekgewesten.
We moeten dan ook gaan voor het vergroten van de financiële middelen van de gemeenten.
De eenmalige schuldenafbouw die vorig jaar door de regering werd voorgesteld, moet vanaf nu jaarlijks herhaald worden. Zo hebben gemeenten minder schuldenlasten en meer werkingsmiddelen om zelf meer initiatieven te ontwikkelen.
Ook moet de grote planlast worden verminderd. Decreten laten uitvoeren door gemeenten kan, maar dan moeten deze betrokken worden in de opstelling ervan en moeten er voldoende financiële middelen volgen. Er moet vaker worden afgewogen of men de regel van de subsidiariteit (een bevoegdheid moet liggen bij het niveau die het best geplaatst is om dat te regelen) niet doorbreekt en of de gemeenten dus niet evengoed of beter in een bepaald dossier een beslissing kunnen nemen.
Gemeenten moeten gestimuleerd worden om te experimenteren met burgerparticipatie en wijkwerking. De scheiding tussen gemeenteraad en schepencollege, door schepenen niet meer stemgerechtigd te laten zetelen in de gemeenteraad en de gemeenteraad door een gemeenteraadslid te laten voorzitten, kan de professionalisering en democratische controle van de gemeenteraad aanscherpen.
Er moet iets veranderen op het niveau van de gemeenten, anders zal dit meest democratische besluitorgaan doodbloeden aan gebrek aan interesse, ambitie en mogelijkheden.



